55_2023-2024/14 - Nee tegen sociale huisvesting voor burgers met dubbele nationaliteit die onroerend goed bezitten in het buitenland.
Pétitions
U kan deze petitie niet steunen.
55_2023-2024/14 - Nee tegen sociale huisvesting voor burgers met dubbele nationaliteit die onroerend goed bezitten in het buitenland.
Aan de Kamer wordt gevraagd aan kandidaten voor sociale woningen een verbod op te leggen op het reeds bezitten van een onroerend goed.
Bij vaststelling van fraude dringen een reeks maatregelen zich tegen betrokkenen op, waaronder de intrekking van hunverblijfskaart of Belgische identiteitskaart:
Dit initiatief is beantwoord:
Tijdens haar vergadering van 28 januari 2025 heeft de commissie voor Verzoekschriften deze petitie overgezonden aan de commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken en aan de minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing.
Antwoord van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris (05/09/2025):
Aangezien de toewijzing van sociale woningen, ongeacht of de begunstigden een dubbele nationaliteit hebben, een gewestelijke bevoegdheid blijft, verwijs ik de indiener van deze petitie naar de verschillende Gewesten van het land voor een antwoord op zijn vragen.
Het is niet aan de Minister van Binnenlandse Zaken om zich uit te spreken over de wenselijkheid om een document of verblijfsvergunning van een persoon met een dubbele nationaliteit in te trekken uitsluitend op grond van de omstandigheden die door de indiener van deze petitie worden genoemd. Als zou worden vastgesteld dat een persoon met een dubbele nationaliteit sociale voordelen geniet terwijl hij tegelijkertijd eigenaar is van onroerend goed in het buitenland, dan zou deze kwestie eerder onder de bevoegdheid van de minister van Maatschappelijke Integratie vallen.
Op 17 juli 2025 heeft minister Anneleen Van Bossuyt, die bevoegd is voor deze materie, tijdens de plenaire vergadering van de Kamer aangekondigd dat er binnenkort een centraal register zal worden opgericht “waarin alle vormen van sociale bijstand en sociale voordelen worden gebundeld”, waardoor cumulaties kunnen worden geïdentificeerd en eventuele maxima kunnen worden vastgesteld.
Bovendien zal de recente hervorming van de werkloosheid, die de werkloosheidsuitkeringen beperkt tot twee jaar, een deel van de uitkeringsgerechtigden terugverwijzen naar de OCMW's, die bevoegd zijn om onderzoek te doen naar het werkelijke vermogen van personen die aanspraak maken op sociale voordelen, waardoor ook gevallen van misbruik van sociale bijstand kunnen worden opgespoord.
Antwoord van de minister van Asiel & Migratie, en Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid (26/02/2026):
Ik heb uw verzoekschrift 55_2023_2024/14 van de Kamer van Volksvertegenwoordigers in goede orde ontvangen en met aandacht gelezen. Uw verzoekschrift dateert echter uit de vorige regeerperiode, maar ik antwoord u graag.
Uw verzoekschrift handelt over de problematiek waarbij personen die in ons land over een sociale huurwoning kunnen beschikken tegelijkertijd een onroerend goed in het buitenland bezitten.
Dit is een praktijk die mijn partij in het verleden al meermaals aan de kaak heeft gesteld. Daar sociale huisvesting voornamelijk een regionale bevoegdheid betreft, werden er in het verleden door onder andere de Vlaamse Regering al maatregelen genomen om aan dit fenomeen paal en park te stellen. Ik verwijs hiervoor onder andere naar verschillende initiatieven die door de Vlaamse Regering werden genomen tijdens de regeerperiode 2019-2024.
Wat mijn bevoegdheden betreft, als minister bevoegd voor Maatschappelijke Integratie, kan ik u meedelen dat ik sociale fraude ontoelaatbaar vind, aangezien dit als gevolg heeft dat er minder middelen beschikbaar zijn voor de meest kwetsbaren. De bestrijding van sociale fraude is voor mij dan ook een prioriteit. Zo zet ik in op de opsporing ervan en wil daarbij een rechtstreekse inzage (voor de OCMW’s) verzekeren tot alle nodige informatie, bankrekeningen en eigendommen in zowel binnen - als buitenland. Daarnaast wil ik de OCMW’s – bij een vermoeden van fraude - de mogelijkheid geven om buitenlands vermogen op te sporen, in samenwerking met publieke en private partners.
Op federaal niveau wordt momenteel onderzocht welke maatregelen en wettelijke aanpassingen hiervoor noodzakelijk zijn, met het oog op de uitwerking van een aangepast regelgevend kader.
Deel: