56_2025-2026/44 - Tegen de publicatie van videofragmenten van parlementsleden gemaakt in het Parlement.
Pétitions
U kan deze petitie niet steunen.
56_2025-2026/44 - Tegen de publicatie van videofragmenten van parlementsleden gemaakt in het Parlement.
Auteur: Carl Bekaert
Geachte,
Op de sociale media verschijnen regelmatig filmpjes, gemaakt in de verschillende kamers, door politici met uitsluitend hun eigen bijdrage aan het parlementaire debat. Het probleem daarbij is niet alleen dat het om momentopnames gaat waarvan de inhoud onvolledig blijft bij gebrek aan weerwoord, maar dat het unieke ven de locatie er meteen ook geloofwaardigheid aan verleent
Het zijn vaak niet meer dan ingestudeerde toneeltjes ter zelfverheerlijking, wat onze instituten ook nog eens degradeert tot decor voor promofilmpjes
Politici mogen het volk wijsmaken wat het volk wil geloven, maar onze democratische instituten mogen de pogingen daartoe niet de legitimiteit kunnen verlenen die de kiezer desgevallend kan overhalen. Dat lijkt mij nefast voor de werking van onze democratie.
Kan er dus iemand een wetsvoorstel indienen dat een verbod legt op het publiceren door politici van selectieve opnames gemaakt in onze democratische instituten en het verspreiden ervan uitsluitend aan de pers toe te wijzen.
Met dank,
een bezorgd burger.
Dit initiatief is beantwoord:
Tijdens haar vergadering van 10 februari 2026 heeft de commissie voor Verzoekschriften deze petitie ter tafel gelegd bij de Kamer.
Antwoord van de Griffier van de Kamer van volksvertegenwoordigers (12/03/2026):
Overeenkomstig artikel 19 van de Grondwet heeft elke burger een grondwettelijk gewaarborgd recht op vrije meningsuiting, dat in sommige gevallen kan worden beperkt. Parlementsleden genieten echter een bijzondere bescherming aangezien zij in de uitoefening van hun functie vrijuit moeten kunnen spreken, in alle onafhankelijkheid en zonder vrees voor enige vorm van vervolging. Dit principe heet ‘de parlementaire onverantwoordelijkheid’ en is verankerd in artikel 58 van de Grondwet [Gw.] dat luidt als volgt: “Geen lid van een van beide Kamers kan worden vervolgd of aan enig onderzoek onderworpen naar aanleiding van een mening of een stem, in de uitoefening van zijn functie uitgebracht.”[1]
De Grondwet omschrijft niet wat onder de “uitoefening van de functie” moet worden verstaan. Rechtsleer en rechtspraak stellen dit gelijk met de “uitoefening van het parlementair mandaat”. Om te bepalen of een mening of een stem valt onder de uitoefening van het parlementair mandaat, wordt traditioneel het reglement van de assemblee als leidraad gebruikt.[2]
Wanneer de mening is geuit tijdens een vergadering van een orgaan opgericht door het Kamerreglement of a fortiori door de wet of de Grondwet, bestaat hierover geen betwisting. Voor alles wat een parlementslid zegt tijdens de plenaire vergaderingen en de vaste, bijzondere en tijdelijke commissies, de onderzoekscommissies, de adviescomités, … geniet hij onverkort de parlementaire onverantwoordelijkheid.[3]
Filmpjes van politici op sociale media tijdens een parlementair debat vallen onder de onverantwoordelijkheid, ook al beperkt de montage zich tot de eigen bijdrage. De invoering van een verbod tegen het publiceren van dergelijke selectieve montages zou strijdig kunnen zijn met artikel 19 van de Grondwet en met de beginselen die uit artikel 58 van de Grondwet kunnen worden afgeleid[4].
Daarnaast dient te worden nagegaan of eenzijdig gemonteerde filmpjes van politici tijdens het parlementaire debat in overeenstemming zijn met de Deontologische Code voor de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers.[5] Deze Code behelst alle beginselen, gedragsregels en gebruiken die de Kamerleden bij de uitoefening van hun mandaat in acht moeten nemen.
Artikel 2, eerste en tweede lid, van deze Code bepaalt het volgende:
“De Kamerleden nemen in alle omstandigheden een houding aan die het vertrouwen van de burger in het Parlement bevestigt en versterkt. Daartoe nemen zij bij de uitoefening van hun ambt de volgende beginselen in acht: belangenloosheid, integriteit, transparantie, zorgvuldigheid, eerlijkheid, waardigheid, verantwoordelijkheid en respect voor de reputatie van het Parlement.”
In het advies nr. 2023/1 van 13 maart 2023 van de Federale Deontologische Commissie bevestigt zij dat de Deontologische Code ook bij gebruik van sociale media dient te worden nageleefd: “Het respecteren van de Deontologische Code bij gebruik van sociale media als parlementslid ligt voor de hand. De normen die offline gelden moeten ook online gelden.”[6]
De commissie Verzoekschriften zou deze problematiek onder de aandacht kunnen brengen van de Federale Deontologische Commissie, zodat die hiermee rekening kan houden bij de voorlichting van de Kamerleden.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,
De Griffier,
Nicole MARQUET
[1] Voor meer informatie, zie de brochure “De parlementaire onverantwoordelijkheid (freedom of speech)” op de website van de Kamer, https://www.dekamer.be/kvvcr/pdf_sections/jurid/responsaN.pdf .
[2] A. Jousten, «La révision de l’irresponsabilité parlementaire (articles 58 et 120 de la Constitution)», CDPK 2019, 306.
[3] Zie Hof van beroep van Gent 30 september 1994, AJT 1994-95, (220) 221; Parl.St. Kamer 1992-1993, nr. 781/1, 5. Zie ook: R. HAYOIT DE TERMICOURT, L’immunité parlementaire”, JT 1955, 613; J. VELU, Droit Public, T.I., Le statut des gouvernants, Brussel, Bruylant, 1986, 498-499; H. VUYE, “Les irresponsabilités parlementaire et ministérielle: les articles 58, 101, alinéa 2, 120 et 124 de la Constitution”, CDPK 1997, 15-16.
[4] Art. 58 Gw.: “Geen lid van een van beide Kamers kan worden vervolgd of aan enig onderzoek onderworpen naar aanleiding van een mening of een stem, in de uitoefening van zijn functie uitgebracht”.
[5] De Deontologische Code kan worden geraadpleegd op de website van de Kamer, zie https://www.fed-deontologie.be/wp-content/uploads/2024/07/Deo-code-leden-Kamer-31072024.pdf.
[6] https://www.fed-deontologie.be/wp-content/uploads/2023/03/Advies-2023-1-sociale-media.pdf.
Deel: