56_2025-2026/42 - Recht op juridische bijstand voor personen in acute psychische nood.
Pétitions
U kan deze petitie niet steunen.
56_2025-2026/42 - Recht op juridische bijstand voor personen in acute psychische nood.
Geachte kamervoorzitter
Ik richt mij tot u naar aanleiding van een ervaring die ik vandaag heb gehad bij het Bureau voor Juridische Bijstand (BJB), en die een ernstige lacune blootlegt in onze huidige wetgeving en justitiële praktijk.
In de bestaande procedures wordt ervan uitgegaan dat een persoon die juridische bijstand nodig heeft, in staat is om:
- zelfstandig hulp te vragen,
- documenten te begrijpen en te ondertekenen,
- administratieve stappen te zetten binnen opgelegde termijnen.
Voor mensen die zich echter in een acute psychische overlevingsmodus bevinden – bijvoorbeeld door trauma, extreme stress of bedreiging – is dit vaak objectief onmogelijk. In een zogenaamde freeze-toestand is iemand niet in staat om te handelen, beslissingen te nemen of zelfs een handtekening te plaatsen. Nochtans kan diezelfde persoon wel geconfronteerd worden met een gerechtelijke procedure waarin verdediging noodzakelijk is.
Vandaag worden deze mensen,, ondanks jun kwetsbaarheid en ondanks het recht op verdediging, feitelijk aan hun lot overgelaten, omdat zij niet voldoen aan de formele vereisten om juridische bijstand te activeren. Dit staat haaks op:
- het fundamentele recht op een eerlijk proces,
- de bescherming van kwetsbare personen,
- en het gelijkheidsbeginsel.
Ik vraag u daarom met aandrang om te onderzoeken hoe de wetgeving en de werking van de juridische bijstand kunnen worden aangepast, zodat:
- personen in een aantoonbare psychische noodtoestand proactief of ambtshalve juridische bijstand kunnen krijgen,
- tijdelijke onbekwaamheid om te tekenen of te handelen geen uitsluitingsgrond vormt,
- samenwerking met medische of psychosociale actoren mogelijk wordt om deze situaties correct te beoordelen.
Dit is geen randprobleem, maar een structurele blinde vlek die zware gevolgen kan hebben voor mensen die zich op het meest kwetsbare moment van hun leven bevinden.
Ik hoop van harte dat u dit signaal ernstig neemt en bereid bent om hier beleidsmatig werk van te maken.
Met de meeste hoogachting
Patrick Vanden Broeck
Dit initiatief is beantwoord:
Tijdens haar vergadering van 10 februari 2026 heeft de commissie voor Verzoekschriften deze petitie overgezonden aan de commissie voor Justitie en aan de minister van Justitie, belast met Noordzee.
Antwoord van de minister van Justitie, belast met Noordzee (28/05/2026):
In goede orde ontving ik het verzoekschrift van de heer Patrick Vanden Broeck van 9 januari 2026.
De heer Vanden Broeck werpt een vermeende structurele lacune op met betrekking tot aanvragen voor juridische bijstand (‘juridische tweedelijnsbijstand’) en meer bepaald de onmogelijkheid om juridische bijstand te activeren wegens een psychische noodtoestand waarin betrokkene zich bevindt.
De problematiek die wordt opgeworpen in het verzoekschrift heeft raakpunten met zowel het burgerlijk recht (personenrecht – bekwaamheid) als het burgerlijk procesrecht (juridische tweedelijnsbijstand – aanvraag) en wordt hierna vanuit beide invalshoeken geanalyseerd.
Wat betreft de burgerrechtelijke invalshoek voorziet de wet dat de meerderjarige die wegens zijn gezondheidstoestand geheel of gedeeltelijk, zij het tijdelijk, niet in staat is zonder bijstand of andere beschermingsmaatregel zijn belangen van vermogensrechtelijke of niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen, onder bescherming kan worden geplaatst, indien en voor zover de bescherming van zijn belangen dit vereist. Een zodanig gerechtelijke beschermingsmaatregel gaat doorgaans gepaard met de aanstelling van een bewindvoerder die de beschermde persoon kan vertegenwoordigen.
Een rechterlijke beschermingsmaatregel kan gevraagd worden aan de vrederechter door de betrokkene zelf, iedere belanghebbende of de procureur des Konings.
Als een gerechtelijke beschermingsmaatregel niet meteen vereist is omdat het om een acute, kortstondige onbekwaamheid gaat, zijn er procesrechtelijke waarborgen die aan deze problematiek kunnen tegemoetkomen (zie hierna).
Wat betreft de procesrechtelijke invalshoek, heeft het verzoekschrift betrekking op de aanvraag tot juridische tweedelijnsbijstand, zoals wettelijk omkaderd in artikel 508/14 van het Gerechtelijk Wetboek. De aanvraag tot de gedeeltelijk of volledig kosteloze juridische tweedelijnsbijstand kan door de rechtszoekende (aanvrager) zelf worden gedaan of door een derde. Deze derde kan een advocaat zijn, maar overeenkomstig de tekst van artikel 508/13, tweede lid, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek, kan het tevens een andere gemandateerde zijn die de aanvraag voor de rechtszoekende indient. De wet verbiedt ook niet dat de rechtszoekende die zelf de aanvraag indient zich hiervoor laat bijstaan. Tot slot verduidelijkt de wet dat de aanvraag zowel mondeling als schriftelijk kan gebeuren, zodat het niet noodzakelijk is dat de rechtszoekende in persoon voor het Bureau voor Juridische Bijstand (hierna: “BJB”) verschijnt.
De aanvraag gaat gepaard met het bezorgen van de bewijsstukken die aantonen dat de aanvrager zich in de voorwaarden van artikel 508/13/1 (volledig kosteloze bijstand) dan wel artikel 508/13/2 (gedeeltelijk kosteloze bijstand) van het Gerechtelijk Wetboek bevindt. Het BJB beslist op basis van deze stukken. Artikel 508/14, zesde lid, van het Gerechtelijk Wetboek voorziet echter dat de aanvrager kan verzoeken om, aanvullend op de bewijsstukken, te worden gehoord.
Ook voorziet artikel 508/14, vijfde lid, van het Gerechtelijk Wetboek de mogelijkheid voor het BJB om in geval van spoedeisendheid tot de voorlopige toekenning van de gehele of gedeeltelijke kosteloosheid te beslissen, dus zonder dat alle stukken zijn gevoegd, en om een termijn van maximum vijftien dagen te bepalen waarbinnen de stukken moeten worden bezorgd.
De aanvraag is pas geldig wanneer alle bewijsstukken zijn ingediend die aantonen dat de bestaansmiddelen ontoereikend zijn, en het BJB kan steeds om bijkomende stukken verzoeken. Eens de aanvraag geldig is en aldus alle stukken zijn gevoegd op basis waarvan het BJB de bestaansmiddelen van de aanvrager kan beoordelen, moet het BJB binnen 15 dagen kennis geven van de beslissing.
Onder voorbehoud van de burgerrechtelijke aspecten, kan aldus worden besloten dat het huidige wettelijke kader voor de toegang tot de juridische tweedelijnsbijstand verschillende waarborgen heeft ingebouwd die aan de door de heer Vanden Broeck gestelde problematiek tegemoet kunnen komen.
Zoals iedere rechtshandeling, veronderstelt een aanvraag tot juridische tweedelijnsbijstand dat deze wordt ingediend door een persoon die hiertoe bekwaam is.
Ik hoop u hiermee van dienst te zijn.
Met de meeste hoogachting,
Annelies Verlinden
Deel: