56_2025-2026/33 - Verzoekschrift: Onafhankelijke vaststelling van ministerlonen en forfaitaire vergoedingen + onderzoek naar de hoogte van het loon
Pétitions
U kan deze petitie niet steunen.
56_2025-2026/33 - Verzoekschrift: Onafhankelijke vaststelling van ministerlonen en forfaitaire vergoedingen + onderzoek naar de hoogte van het loon
Auteur: x
Wij verzoeken dat Belgische ministers niet langer zelf mogen onderhandelen, stemmen of beslissen over hun loon en forfaitaire vergoedingen. De huidige regeling creëert een belangenconflict, aangezien ministers rechtstreeks of onrechtstreeks hun eigen verloning bepalen. Wij vragen daarom de oprichting van een onafhankelijke instantie die exclusief bevoegd is voor:
• het vaststellen van ministerlonen
• het bepalen van forfaitaire vergoedingen
• eventuele aanpassingen en indexeringen
Momenteel verdient een Belgische minister ongeveer 5,3 keer het loon van een gemiddelde Belgische werknemer. Is dit rechtvaardig en in verhouding?
• Presteren ministers 5,3x 40 uren = 212 uren iedere week?
• Is het werkrisico kwantificeerbaar 5,3 keer groter?
• Vereist de functie uitzonderlijke fysieke of mentale belasting in die mate?
Kan er onafhankelijk onderzoek worden uitgevoerd om na te gaan of een bovengemiddelde vergoeding van 3 keer het gemiddelde Belgische bruto maandloon een billijke verloning is voor ministers?
Het ministerambt mag geen financieel carrièrepad. Het moet worden uitgeoefend uit maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dit bevordert dat enkel gemotiveerde en betrokken personen deze functie opnemen.
Dit initiatief is beantwoord:
Tijdens haar vergadering van 10 februari 2026 heeft de commissie voor Verzoekschriften deze petitie overgezonden aan de commissie voor Grondwet en Institutionele Vernieuwing en aan de eerste minister.
Antwoord van de eerste minister (05/06/2026):
Beste mevrouw x,
Bedankt voor uw verzoekschrift. Het is niet zo dat de bepaling van de ministeriële remuneratie aan geen enkele controle onderhevig is.
In de eerste plaats is er een parlementaire controle. Het parlement heeft verschillende actiemiddelen voor handen om de regering te controleren. Zo kan zij bijvoorbeeld de regering ondervragen of interpelleren over de remuneratie van de regeringsexcellenties. Verschillende parlementaire vragen werden daarover reeds gesteld en beantwoord deze legislatuur. Het staat parlementsleden ook vrij om wetgevende initiatieven te nemen op dit punt.
Ten tweede beoordeelt ook de kiezer via de stembus hoe politieke partijen tegenover de ministeriële remuneratie staan. De kiezer kan vervolgens aandacht schenken aan die partijen die zijn of haar standpunt verkondigt.
Men kan ook wijzen op volgende feiten in verband met de verloning van ministers.
- De laatste aanpassing van de berekening van de ministeriële remuneratie dateert van 1996. Sindsdien werden de bedragen niet verhoogd.
- Tot en met 2025 werden de bedragen enkel geïndexeerd overeenkomstig dezelfde principes die gelden voor de indexering van de wedde van het openbaar ambt.
- Ingevolge de verderzetting van de beslissing van de vorige regering om de ministerlonen met 8 procent te verlagen, en de beslissing van deze regering om de lonen niet te indexeren tot en met 2029, zal de vergoeding voor ministers in 2029 zelfs lager liggen dan in 2022. Dat is voor geen enkele andere beroepsgroep het geval.
Ten slotte wensen wij te wijzen op volgende besparingen die de Arizona-regering heeft doorgevoerd op haar eigen werking:
- Arizona koos voor een sobere regering: slechts 15 ministers, geen staatssecretarissen. De vorige regering telde nog 20 regeringsleden.
- Ook op de kabinetten werd ingegrepen, met 30% minder budget.
- De partijdotaties worden deze legislatuur niet geïndexeerd, terwijl de eerdere besparing van 5,32% behouden blijft.
- De verlaging van de ministerlonen met 8% werd voortgezet.
- De maximale uittredingsvergoeding voor parlementsleden werd gehalveerd.
- Extra vergoedingen voor bureauleden en commissievoorzitters worden hervormd: niet langer forfaitair, maar gekoppeld aan effectieve aanwezigheid.
- Ook de pensioenen van parlementsleden werden hervormd, conform de regels die gelden voor ambtenaren.
- Ministers en parlementsleden leveren ook deze legislatuur een extra inspanning: hun lonen worden niet geïndexeerd. Geen enkele andere beroepsgroep levert een dergelijke inspanning.
Deel: