56_2025-2026/30 - Verzoekschrift: strafuitvoering van niet-Belgische veroordeelden naar land van herkomst en wettelijke prioriteit van maatsch. belang boven indiv. belang
Pétitions
U kan deze petitie niet steunen.
56_2025-2026/30 - Verzoekschrift: strafuitvoering van niet-Belgische veroordeelden naar land van herkomst en wettelijke prioriteit van maatsch. belang boven indiv. belang
Auteur: x
Wij verzoeken dat bij ernstige misdrijven, zoals moord, verkrachting, terrorisme en andere zware geweldsdelicten, het maatschappelijk belang en de bescherming van de samenleving structureel boven de individuele rechten van de dader wordt geplaatst.
1. Strafuitvoering volgens nationaliteit
Niet-Belgische veroordeelden: strafuitvoering verplicht in het land van herkomst, ongeacht de mensenrechtensituatie daar. Doel: voorkomen dat buitenlanders na ernstige misdrijven in België verblijven en op kosten van de samenleving worden vastgehouden. Belgische veroordeelden in het buitenland: berechting en strafuitvoering in België.
2. Wettelijke verankering van maatschappelijk belang als primair criterium
Bij (zware) misdrijven moet de bescherming van de samenleving altijd zwaarder wegen dan individuele rechten van de dader. Daders hebben zelf fundamentele rechten van anderen geschonden; hun eigen rechten mogen daarom bij ernstige misdrijven niet doorslaggevend zijn.
Concrete maatregelen:
• Aanpassing van Strafwetboek en Strafuitvoeringswet: Opnemen dat bij zware gewelds- en zedendelicten het maatschappelijk veiligheidsbelang doorslaggevend is.
• Rechterlijke instructies: Bij alle beslissingen over straf, invrijheidstelling of probatie expliciet het risico voor de samenleving en de ernst van het misdrijf als primaire maatstaf laten wegen.
• Strafuitvoering in land van herkomst: Wettelijk kader creëren waarin strafuitvoering voor niet-Belgische veroordeelden verplicht in hun thuisland plaatsvindt, ongeacht kritiek van internationale instellingen.
3. Internationale verdragen en kritiek:
België kan formele verklaringen afleggen dat bescherming van de samenleving een legitiem nationaal veiligheidsbelang is. VN- of EU-kritiek kan worden weerlegd door te stellen dat:
• De veroordeelden zelf fundamentele rechten hebben geschonden.
• Nationale veiligheid en maatschappelijke bescherming uiterste prioriteit hebben, conform verdragsprincipes bij noodsituaties of ernstige misdrijven.
4. Diplomatieke en juridische voorbereiding: Bilaterale akkoorden met landen van herkomst om overbrenging of detentie te regelen. Juridische argumentatie formuleren dat bescherming van de samenleving boven individuele daderrechten staat bij ernstige misdrijven.
Principe: Waarom zou de familie van een vermoorde Belg, via belastingen en solidariteit, moeten meebetalen aan de detentie, het verblijf en de verzorging van de niet-Belgische dader die hier een leven heeft verwoest en nooit heeft bijgedragen aan onze samenleving?
Wie durft aan nabestaanden uit te leggen dat hún verlies levenslang is, maar dat de dader recht heeft op comfort, bescherming en zorg op kosten van de nabestaanden en gemeenschap die hij vernietigde?
Dit initiatief is beantwoord:
Tijdens haar vergadering van 10 februari 2026 heeft de commissie voor Verzoekschriften deze petitie overgezonden aan de commissie voor Justitie en aan de minister van Justitie, belast met Noordzee.
Antwoord van de minister van Justitie, belast met Noordzee (03/03/2026):
ln antwoord op uw petitie kan ik u het volgende meedelen.
Er bestaan wel degelijk een aantal instrumenten die kunnen tegemoetkomen aan de door u gestelde problematiek.
lk leg ze hieronder kort uit.
Een tussenstaatse overbrenging houdt in dat een gedetineerde met een andere nationaliteit dan die van het land
waar hij definitief veroordeeld is tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, fysiek naar zijn of haar land van
herkomst wordt overgebracht om aldaar de straf die werd opgelegd door het veroordelende land verder uit te zitten.
Het betreft dus in feite een overdracht van de straf. Vreemdelingen in voorlopige hechtenis vallen daar dus niet onder.
Overbrengingen kunnen zowel gebeuren met lidstaten van de Europese Unie alsook met landen buiten de Europese
Unie indien er een verdragsbasis is.
Vermeldenswaardig is dat overbrengingen mogelijk zijn in de twee richtingen: zowel vanuit België ais naar België.
Overbrengingen hebben ais doel definitief veroordeelde personen de kans te geven om hun straf uit te zitten in het
land waar de sociale banden het sterkst zijn. Hiermee wil men de sociale re-integratie van de betrokken personen
bevorderen en opvang voorzien in zijn of haar eigen milieu. Dit is de reden waarom overbrengingsverdragen werden
in het leven geroepen.
Voor aile duidelijkheid dient de overbrenging te worden onderscheiden van drie andere begrippen:
Ten eerste, de verwijdering of de uitzetting: hier gaat het om een in principe vrij persoon (niet gedetineerd) zonder
verblijfsrecht die wordt gedwongen om terug te keren naar zijn of haar land van herkomst. Dit gebeurt altijd op basis
van een bevel tot het verlaten van het grondgebied uitgevaardigd door de dienst vreemdelingenzaken van de FOD
Binnenlandse zaken.
Ten tweede, de voorlopige invrijheidstelling met oog op verwijdering van het grondgebied: dit is een
strafuitvoeringsmodaliteit die wordt toegestaan door de strafuitvoeringsrechtbank.
Dit betekent concreet dat een veroordeelde voor het einde van zijn of haar straf in vrijheid wordt gesteld onder
bepaalde voorwaarden en het land dient te verlaten. De betrokkene krijgt voorwaarden die moeten worden nageleefd
voor een bepaalde periode ('proeftijd'). Maar omdat de betrokkene geen verblijfsrecht heeft in België, zal de persoon
de proeftijd dus in een ander land ondergaan.
Beide begrippen verschillen dus van de overbrenging omdat het in deze gevallen gaat om een persoon die niet meer
zal gedetineerd zijn in het land waarnaar hij wordt overgebracht. Bij de overbrenging gaat het om een definitief
veroordeelde persoon die opgesloten is en nog een zekere periode zal opgesloten blijven in het land waarnaar hij
wordt overgebracht.
Ten derde mag een overbrenging ook niet verward worden met een uitlevering of overlevering.
Bij een uitlevering of overlevering wordt een persoon overgedragen op verzoek van een ander land omdat ofwel de
persoon in dat land wordt vervolgd ofwel omdat er reeds een bestaande veroordeling is die dient te worden
uitgevoerd. ln tegenstelling tot de overbrenging, wordt er bij de uitlevering geen straf overgedragen. Het strafproces
of de strafuitvoering in het andere land is gewoonweg nog niet begonnen. Het doel van de uitlevering is dan ook het
voorkomen dat een persoon ontsnapt aan justitie door grenzen over te steken.
Wettelijk kader
Binnen de EU werd het Europees Kaderbesluit 2008/909 van de Raad van de Europese Unie van 27 november 2008
inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafvonnissen (waarbij vrijheidsstraffen of tot
vrijheidsbeneming strekkende maatregelen zijn opgelegd), omgezet door de wet van 15 mei 2012.
Buiten de EU is de overbrengingswet van 23 mei 1990 van toepassing. Deze bepaalt dat een overbrenging enkel
mogelijk is indien een internationaal verdrag daarin voorziet. Dit kan een bilateraal of multilateraal verdrag zijn. Dit
verdrag bepaalt dan ook de manier waarop de tussenstaatse procedure zal gebeuren.
Om even een beeld te schetsen over deze verdragen. Het Verdrag van de Raad van Europa van 1983 is met 78
verdragspartijen het belangrijkste instrument voor overbrengingen met landen buiten de Europese Unie. Daarnaast
heeft België nog 10 bilaterale verdragen waaronder met Marokko, Albanië en Kosovo.
ln totaal kunnen we met een 90-tal landen overbrengingsdossiers opstarten. Het wettelijk kader dat uiteindelijk van
toepassing is op een overbrenging, en dus ook de voorwaarden en procedure, hangen af van het land waarmee de
overbrenging wordt gerealiseerd.
Wie komt er in aanmerking voor een overbrenging
Nu het algemeen kader duidelijk is, kan toegelicht worden wie er nu juist in aanmerking komt voor een overbrenging
en wat het belang is van het verblijfsrecht in deze procedure.
Het moet dus gaan om personen die (1) definitief veroordeeld zijn, (2) die nog meer dan 6 maanden of een jaar van
hun straf moeten uitzitten; en (3) die onderdaan zijn of ingezetene zijn van een lidstaat van de EU of een land
waarmee België een overbrengingsverdrag heeft. Ook geïnterneerden komen onder dezelfde voorwaarden in
aanmerking voor een tussenstaatse overbrenging;
ln principe moet de betrokkene ook instemmen met zijn overbrenging. Het is evenwel ook mogelijk om een
gedetineerde over te brengen zonder zijn instemming indien de persoon geen verblijfsrecht heeft en het voorwerp
uitmaakt van een bevel tot het verlaten van het grondgebied.
Het is belangrijk te vermelden dat overbrengingen zonder de instemming van de betrokkene niet met aile 90 landen
mogelijk zijn. Dit is enkel mogelijk tussen de 27 lidstaten van de Europese Unie en met lidstaten van de Raad van
Europa die het Aanvullend Protocol van 1997 bij het Verdrag van 1983 hebben geratificeerd (41 landen inclusief de
27 EU-lidstaten). Daarnaast heeft België nog vier bilaterale verdragen die overbrengingen zonder instemming
mogelijk maken met de volgende landen: Marokko, RDC, Albanië en Kosovo. Dat brengt ons op een totaal van 45
landen waarnaar we gedetineerden zonder hun instemming kunnen overbrengen.
Finaal dient te worden opgemerkt dat tussenstaatse overbrengingen nog steeds een gunstmaatregel betreft en geen
automatische verplichting en dat steeds de instemming van de uitvoerende Staat is vereist, zowel bij vrijwillige
overbrengingen ais bij overbrengingen zonder instemming van de gevonniste persoon.
lk hoop u hiermee van dienst te zijn.
Deel: