56_2025-2026/24 - Verzoekschrift: verplichte transparantie over erfpacht-opstal- en syndicuskosten bij de verkoop van een onroerend goed
Pétitions
U kan deze petitie niet steunen.
56_2025-2026/24 - Verzoekschrift: verplichte transparantie over erfpacht-opstal- en syndicuskosten bij de verkoop van een onroerend goed
Auteur: x
Het komt vaak voor dat verkopers in hun advertenties niet vermelden dat een pand onder erfpacht valt of dat er aanzienlijke syndicuskosten zijn. Dit zou eigenlijk vanaf het begin transparant moeten gecommuniceerd worden net zoals het EPC.
Hierbij dus de vraag om verkopers te verplichten om alle kosten, met name vooral de syndicuskosten en erfpacht- of opstalkosten, volledig en transparant te communiceren in elke (online) vastgoedadvertentie. Het is niet logisch dat de koper dit zelf moet gaan uitdokteren/ navragen bij de verkoper. Bij niet-naleving, sancties.
Dit initiatief is beantwoord:
Tijdens haar vergadering van 10 februari 2026 heeft de commissie voor Verzoekschriften deze petitie overgezonden aan de commissie voor Justitie en aan de minister van Justitie, belast met Noordzee.
Antwoord van de minister van Justitie, belast met Noordzee (15/04/2026):
ln goede orde ontving ik het verzoekschrift van mevrouw XXX van 3 december 2025.
Mevrouw XXX werpt in haar verzoekschrift op dat iedere, al dan niet online, vastgoedadvertentie ook de mededeling van erfpacht-, opstal- en syndicuskosten zou moeten bevatten.
De wet voorziet niet in een dergelijke verplichting, maar dat neemt niet weg dat de verkoper van een onroerend goed gebonden is aan een aantal informatieverplichtingen.
ln de eerste plaats gelden een aantal informatieplichten in de precontractuele fase. Artikel 5.16 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt hierover dat "De partijen elkaar tijdens de precontractuele onderhandelingen de informatie [verstrekken] die de wet, de goede trouw en de gebruiken, in het licht van de hoedanigheid van de partijen, hun redelijke verwachtingen en het voorwerp van het contract, hen opleggen te geven. ".
Aangezien er in de precontractuele fase nog geen sprake is van een verbintenis, wordt de informatieplicht beoordeeld aan de hand van de criteria in het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht. Dit wil zeggen dat er steeds wordt gekeken naar een normaal zorgvuldig en redelijk persoon geplaatst in dezelfde omstandigheden om zijn aansprakelijkheid te beoordelen.
Wanneer de vastgoedadvertentie uitgaat van een onderneming is deze bovendien onderworpen aan de bepalingen van het Wetboek van economisch recht wat betreft de handelspraktijken en de consumentenbescherming.
Daarnaast staat het iedereen vrij om een contract te sluiten en om de inhoud van het contract te bepalen (zie artikel 5.14 van het Burgerlijk Wetboek). Daartoe is iedere partij zelf verantwoordelijk om de nodige informatie te verzamelen die het nodig heeft.
Ten slotte voorziet artikel 3.94 van het Burgerlijk Wetboek in een wettelijke informatieplicht wat betreft gegevens en documenten die het de toekomstige mede-eigenaar moeten toelaten de financiële lasten voortvloeiend uit het lidmaatschap van een vereniging van mede-eigenaars te beoordelen. Deze informatie moet worden bezorgd voor het ondertekenen van de overeenkomst, of in voorkomend geval, van het aankoopbod of de aankoopbelofte.
lk hoop u hiermee van dienst te zijn.
Met de meeste hoogachting,
Annelies Verlinden
Deel: