56_2025-2026/14 - Verzoekschrift: voorstel tot afschaffing van vrijspraak wegens procedurefouten in rechtszaken
Pétitions
U kan deze petitie niet steunen.
56_2025-2026/14 - Verzoekschrift: voorstel tot afschaffing van vrijspraak wegens procedurefouten in rechtszaken
Auteur: x
Andere oplossingen dan vrijspraak:
- Herstel of mildere vorm van compensatie (bv. strafverkorting)
- Inhoudelijke herziening van bewijs
Dit initiatief is beantwoord:
Tijdens haar vergadering van 14 januari 2026 heeft de commissie voor Verzoekschriften deze petitie overgezonden aan de commissie voor Justitie en aan de minister van Justitie, belast met Noordzee.
Antwoord van de minister van Justitie, belast met Noordzee (23/02/2026):
Het verzoekschrift 'afschaffing van vrijspraak wegens procedurefouten in rechtszaken'(1) heb ik met veel aandacht gelezen. Dienaangaande passen de volgende preciseringen die toelichting geven over deze problematiek.
De petitie stelt de vrijspraak wegens procedurefouten in rechtszaken aan de orde en verwijst naar andere oplossingen dan vrijspraak, zoals het herstel of mildere vorm van compensatie (bv. strafverkorting) en inhoudelijke herziening van bewijs.
De petitie heeft bijgevolg betrekking op de theorie van de nietigheden die geëvolueerd is naar Belgisch recht. Dit onder impuls van de rechtspraak in strafzaken over deze problematiek en over wat soms het dilemma (2) van het onrechtmatig bewijs wordt genoemd.
Er is in strafzaken resoluut gekozen voor het sanctioneren van het onrechtmatig verkregen bewijs. Het ultiem sanctiemechanisme hierbij is de bewijsuitsluitingsregel. Hiervoor bestond tot voor 2013 geen wettelijke grondslag. De basis voor deze regel was de rechtspraak van het Hof van Cassatie dat in 1923 de bewijsuitsluitingsleer voor het eerst poneerde. ln de jaren negentig werden op deze regel een aantal relativeringen aangebracht. Er kwam een grote wijziging op 14 oktober 2003 (3), toen van bewijsuitsluiting ais algemene regel werd overgegaan tot bewijsuitsluiting ais uitzondering (de zogenaamde Antigoon-rechtspraak).
Deze grote wijziging in de rechtspraak werd ingeschreven in de wetgeving door de W. van 24/10/2013 (zogenaamde Wet Landuyt) die art. 32 van de Wet houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering wijzigde.
Art. 32 van de Wet houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering bepaalt sindsdien:
"Tot nietigheid van onregelmatig verkregen bewijse/ement wordt enke/ besloten indien
- de na/eving van de betrokken vormvoorwaarden wordt voorgeschreven op straffe van nietigheid, of,
- de begane onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast, of,
- het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eer/ijk proces.".
Er zijn voortaan dus slechts drie gevallen waarin tot onrechtmatigheid van het bewijs kan worden besloten of anders gesteld er is een grote beperking van de vrijspraken omwille van procedurefouten. Dit is een rechtvaardig evenwicht tussen de rechten van de verweerder of de verdachte en anderzijds de rechten van de overheid en het slachtoffer.
Dit is dus veel verregaander dan het herstel of een mildere vorm van compensatie (bv. strafverkorting) en inhoudelijke herziening van bewijs.
lk hoop u hiermee van dienst te zijn.
Annelies Verlinden
(1) 56_2025-2026/14 - Verzoekschrift: voorstel tot afschaffing van vrijspraak wegens procedurefouten in rechtszaken , https://dekamer.mijnopinie.belgium.be/initiatives/i-1255?1ocale=nl
(2) ln die zin: L. HUYBRECHTS, Dilemma van het onrechtmatig bewijs in siretzeken, FOD justitie, 2005, 1.
(3) Cass. 14 oktober 2003, AR P.03.0762.N, Arr. Cass. 2003, 1862.
Deel: