56_2024-2025/82 - Gebrek aan toezicht op tuchtbeslissingen door magistraten binnen beroepsinstituten (ITAA – Institute for Tax Advisors and Accountants)
Pétitions
U kan deze petitie niet steunen.
56_2024-2025/82 - Gebrek aan toezicht op tuchtbeslissingen door magistraten binnen beroepsinstituten (ITAA – Institute for Tax Advisors and Accountants)
Geachte Voorzitter,
Ik richt mij tot u als burger, met een verzoekschrift betreffende een lacune in de democratische controle binnen het tuchtrecht van erkende beroepsinstituten. Het betreft specifiek de werking van de Commissie van Beroep binnen het Instituut van de Belastingadviseurs en de Accountants (ITAA), waarin ook zittende magistraten zetelen en bindende beslissingen nemen over burgers, zonder dat enige vorm van rechterlijk of democratisch toezicht hierop mogelijk blijkt te zijn.
In 2020 werd ik onderworpen aan een tuchtprocedure bij het ITAA. Mijn oorspronkelijke klacht in 2018 aan het ITAA (toen IAB) betrof manipulaties in de boekhouding door een erkend lid van het Instituut. De Commissie van Beroep, samengesteld uit drie magistraten en twee assessoren, sprak zich finaal uit over mijn grieven.
Tot mijn verbazing werd in het vonnis een zogenaamde "beperking van de saisine" ingeroepen, waardoor het fundamentele punt van de klacht buiten beschouwing werd gelaten. Ik had toen nog geen ervaring met dergelijke juridische terminologie.
Sindsdien heb ik nolens volens meer ervaring opgedaan met juridische terminologie en procedures. Toen ik mijn verbijstering uiteindelijk recent onder woorden kon brengen in een formele klacht aan de Hoge Raad voor de Justitie beschreef ik het achteraf inroepen van een zogenaamde "beperking van de saisine", waardoor de essentie van mijn klacht nooit behandeld werd, terwijl uit het mandaat dat zij kregen nergens bleek dat dit punt buiten hun bevoegdheid zou vallen.
Tot mijn nog grotere verbijstering was het antwoord dat de HRJ zich onbevoegd moest verklaren, omdat het ITAA niet onder de rechterlijke orde valt.
Het blijkt dus dat magistraten buiten hun rechterlijke hoedanigheid beslissingen nemen die wel bindend zijn en invloed hebben op andere gerechtelijke procedures. Zij nemen beslissingen met rechtsgevolg, maar blijven daarbij volledig buiten elk extern toezicht, of enig rechtsmiddel. Nochtans bevat hun redenering ernstige inconsistenties, zoals uiteengezet in mijn klacht aan de HRJ.
Dit is naar mijn oordeel een grove schending van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), het recht op een eerlijk proces.
Ik vraag de Kamer dan ook om na te gaan of het aanvaardbaar is dat er geen enkel rechtsmiddel, geen enkele toezichthouder en geen enkel democratisch correctiemechanisme bestaat voor burgers die geconfronteerd worden met dit soort procedurele uitsluitingen in een tuchtrechtelijk kader waarin magistraten zetelen. Indien nodig verzoek ik dat er werk wordt gemaakt van een wetgevend initiatief om deze structurele lacune te dichten.
Ik wens ook te vermelden dat ik in 2019 reeds contact heb opgenomen met de Hoge Raad voor de Economische Beroepen (HREB) over deze aangelegenheid. In een formeel antwoord stelde de HREB dat zij zich niet kan of wenst in de plaats te stellen van het ITAA bij het onderzoek of de beoordeling van klachten tegen leden, en dat zij evenmin kan tussenkomen in lopende dossiers. Het blijkt dus dat het HREB geen externe juridische overzichtsfunctie heeft.
Ik heb deze gang van zaken met moeite kunnen plaatsen, dankzij mijn achtergrond. Maar een doorsnee burger zonder mijn achtergrond zal daar niet toe in staat zijn, en zonder enige waarschuwing of verweer zijn rechten verliezen. Als burger acht ik het van essentieel belang dat dit alles besproken wordt, vandaar mijn vraag en mijn verzoek.
Hoogachtend,
Harry Hirsch
Dit initiatief is beantwoord:
Tijdens haar vergadering van 8 juli 2025 heeft de commissie voor Verzoekschriften deze petitie overgezonden aan de commissie voor Justitie en aan de minister van Justitie, belast met Noordzee.
Antwoord van de minister van Justitie, belast met Noordzee (15/04/2026):
ln goede orde ontving ik het verzoekschrift van 27 mei 2025 van de heer Harry Hirsch.
De heer Hirsch werpt in zijn verzoekschrift op dat de leden (waaronder zittende magistraten) die zetelen in de Commissie van Beroep binnen het lnstituut van de Belastingadviseurs en de Accountants (ITAA) bindende beslissingen over burgers nemen, zonder dat er rechterlijk of democratisch toezicht op de Commissie van Beroep en zijn leden wordt uitgeoefend.
Dit ls volgens hem een grave schending van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (het recht op een eerlijk proces).
Hij vraagt de Kamer om na te gaan of het aanvaardbaar is dat er geen enkel rechtsmiddel, geen enkele toezichthouder en geen enkel democratisch correctiemechanisme ten aanzien van de beslissingen genomen door de Commissie van beroep voor de burgers bestaat.
We stellen vast dat de klacht handelt over een juridische aangelegenheid in het kader van tuchtprocedure en er geen sprake is van ambtsverzuim of een afbreuk van de waardigheid vanwege de magistraten zetelend in deze commissie. De tuchtregelgeving voor magistraten (art. 404 Ger. Wetboek) is daarom niet van toepassing.
De werking van het ITAA en zijn organen valt niet binnen het bevoegdheidsdomein van Justitie. De door de verzoeker opgeworpen bezwaren behoren derhalve tot de bevoegdheid van de FOD Economie.
lk hoop u hiermee van dienst te zijn.
Met de meeste hoogachting
Annelies Verlinden
Deel: