56_2024-2025/74 - Uitzetting van de Israëlische ambassade in Brussel.
Pétitions
U kan deze petitie niet steunen.
56_2024-2025/74 - Uitzetting van de Israëlische ambassade in Brussel.
België gaat een sterk standpunt moeten innemen tegen het aanhoudend geweld in Gaza, Libanon, Syrië en de westelijke Jordaanoever door Israël. De ontelbare oorlogsmisdaden die Israël al heeft gedaan en zal blijven doen moet een proportionele reactie krijgen van onze staat. Het zou hierbij niet misstaan om de hele of gedeeltelijke diplomatieke missie van Israël ons land uit te zetten. Ik ben er zeker van dat dit bij onze bevolking op veel steun zal rekenen.
Dit initiatief is beantwoord:
Tijdens haar vergadering van 14 januari 2026 heeft de commissie voor Verzoekschriften deze petitie overgezonden aan de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen en aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking.
Antwoord van de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking (06/03/2026):
Meneer De Gucht,
De tekst van uw petitie met betrekking tot de uitzetting van de Israëlische ambassade in Brussel is mij goed toegekomen en ik heb deze met veel aandacht gelezen. Ik dank u voor uw betrokkenheid bij deze kwestie. Het mobiliseren van medeburgers om een zaak te steunen waarvoor men zich inzet, is immers geen vrijblijvende daad.
U benadrukt in uw brief dat België een duidelijke positie en krachtige maatregelen tegenover Israël moet innemen. Sinds ik mijn functie heb opgenomen, zet ik mij met hart en ziel in en spaar ik geen enkele moeite om de vrede in het Midden-Oosten te bevorderen. Op 12 september heeft de Ministerraad een reeks maatregelen en sancties gevalideerd die ik heb geïnitieerd. Alles wat onder mijn bevoegdheden valt, is volledig uitgevoerd. Wat onder de bevoegdheden van mijn collega’s in de regering valt, is óf eveneens uitgevoerd óf de uitvoering ervan vordert. Ik zie daar persoonlijk op toe.
Wij geven de voorkeur aan het Europese niveau, omdat dit het meest doeltreffend is. Zo pleiten wij onder meer voor nieuwe sancties tegen gewelddadige kolonisten en tegen Hamas. Ik heb ook de stem van België laten horen door te vragen om de opschorting van de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël, wetende dat de EU trouwens Israëls belangrijkste handelspartner is. Het moet echter worden vastgesteld dat er geen akkoord tussen de lidstaten tot stand is gekomen om deze maatregelen te nemen.
Om deze blokkades te overwinnen en het gebrek aan maatregelen op te vangen, heeft België op mijn initiatief nationale maatregelen genomen die wél tot haar bevoegdheid behoren: de verklaring persona non grata in België van de ministers Smotrich en Ben Gvir en van gewelddadige Israëlische kolonisten; het stopzetten van de administratief‑consulaire bijstand aan Belgen die in de illegale nederzettingen wonen; een koninklijk besluit, genomen samen met minister Crucke, om zowel de uitvoer als het transitverkeer van wapens te verbieden wanneer het risico bestaat dat deze door het Israëlische leger of door milities zouden worden gebruikt in het kader van het Israëlische bezettingsbeleid; de verhoging van de humanitaire hulp voor Gaza; medische repatriëringen van zieke kinderen uit Gaza naar België, in coördinatie met minister Vandenbroucke; …
Dit zijn allemaal manieren om de Israëlische regering te herinneren aan haar verplichtingen krachtens het internationaal recht, om haar ertoe aan te zetten een einde te maken aan de illegale bezetting van Palestina, en om ervoor te zorgen dat zij werkelijk vrije, niet‑gemilitariseerde, onvoorwaardelijke en ongehinderde toegang verschaft voor humanitaire hulp bestemd voor de burgerbevolking in Gaza.
Ik heb ook de hervatting van de vijandelijkheden tussen Israël en Hezbollah veroordeeld, die Libanon zwaar en onrechtvaardig treft.
Wat uw verzoek betreft om de Israëlische ambassade geheel of gedeeltelijk uit te wijzen, denk ik niet dat dit het beoogde effect zou hebben. Als we boodschappen willen overbrengen, ook stevige boodschappen, hebben we communicatielijnen nodig. Een sluiting zou ongetwijfeld leiden tot de sluiting van onze ambassade in Tel Aviv en van ons Consulaat‑Generaal in Jeruzalem, dat geaccrediteerd is bij de Palestijnse Autoriteit. Hierdoor zouden we onszelf beroven van dewaardevolle consulaire bijstand die wij in deze crisistijd aan onze landgenoten in de regio verlenen, en zouden de stappen die wij ter plaatse samen met andere landen tegenover de Israëlische autoriteiten ondernemen, alsook onze ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp aan Palestina, ernstig worden verzwakt.
Ook al is het soms moeilijk, ik ben vast van plan de dialoog met Israël te blijven voortzetten. Ik ben dan ook niet van plan over te gaan tot het sluiten van de Israëlische ambassade in Brussel, noch tot het sluiten van onze ambassade in Israël.
Hoogachtend,
Maxime Prévot
Deel: