56_2024-2025/46 - Gevolgen van de beperking van werkloosheidsuitkeringen voor studerende werkzoekenden in knelpuntberoepen
Pétitions
U kan deze petitie niet steunen.
56_2024-2025/46 - Gevolgen van de beperking van werkloosheidsuitkeringen voor studerende werkzoekenden in knelpuntberoepen
Ik richt mij tot u met een ernstige bezorgdheid over de nieuwe maatregel uit het regeerakkoord waarbij uitkeringsgerechtigde werkzoekenden hun uitkering verliezen na twee jaar. Deze maatregel treft een specifieke groep mensen die zich net wil heroriënteren en bijdragen aan de maatschappij: werkzoekenden die een bacheloropleiding volgen. Zoals u weet, duurt een bacheloropleiding in Vlaanderen standaard drie jaar, en voor cruciale beroepen zoals verpleegkunde zelfs vier jaar. Dit betekent dat werkzoekenden die zich via een bacheloropleiding willen omscholen, noodgedwongen hun studie moeten opgeven na twee jaar wegens het verlies van hun uitkering. Dit vormt een ernstige drempel voor wie zich wil ontwikkelen en uiteindelijk wél wil werken in sectoren waar een nijpend tekort is, zoals sociaal werk, de zorg,... Ik verzoek de kamer om: Een uitzondering te voorzien voor werkzoekenden die zich via een erkende bacheloropleiding omscholen naar knelpuntberoepen. Een verlenging van de uitkeringstermijn mogelijk te maken voor wie aantoonbaar voltijds studeert met als doel een duurzame job. De impact van deze maatregel te herevalueren in het licht van de maatschappelijke nood aan hoger opgeleide arbeidskrachten. Met deze wijzigingen kunnen we vermijden dat gemotiveerde werkzoekenden ontmoedigd worden en dat sectoren met een personeelstekort verder onder druk komen te staan. Ik dank u voor uw aandacht en kijk uit naar uw reactie. Met vriendelijke groeten
Dit initiatief is beantwoord:
Tijdens haar vergadering van 21 oktober 2025 heeft de commissie voor Verzoekschriften deze petitie overgezonden aan de commissie voor Sociale Zaken, Werk en Pensioenen en aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Landbouw.
Antwoord van de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Landbouw (12/03/2026):
Geachte collega’s,
Geachte heer Burms,
Ik dank de indiener van de petitie voor zijn tussenkomst. Hij brengt een volkomen legitieme bezorgdheid onder de aandacht: namelijk ervoor zorgen dat gemotiveerde werkzoekenden die zich in een omscholingstraject bevinden, een opleiding tot een knelpuntberoep tot het einde kunnen volgen zonder te vrezen hun uitkering te verliezen vóór het einde van het traject. Deze bezorgdheid wordt gehoord.
De hervorming van de werkloosheid die door de regering werd ingezet, beantwoordt aan structurele uitdagingen die niet nieuw zijn, maar die inmiddels onontkoombaar zijn geworden. België was het enige land van de eurozone dat een systeem van in de tijd onbeperkte werkloosheidsuitkeringen handhaafde. Deze bijzonderheid, die lange tijd als een verworven recht werd beschouwd, brengt echter perverse effecten met zich mee die zowel door nationale als internationale instellingen worden erkend: minder prikkels om opnieuw werk te vinden, inactiviteitsvallen en een minder transparant systeem.
Recente aanbevelingen, zowel van de Europese Commissie als van het IMF, benadrukken allemaal de noodzaak om de duur van de werkloosheidsuitkeringen te beperken om een snellere herinschakeling op de arbeidsmarkt te stimuleren. Ook de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid is van mening dat een systeem gebaseerd op een lange en onbeperkte duur moet evolueren om de prikkels te versterken en de arbeidsmarkt dynamischer te maken.
Deze vaststellingen zijn niet louter theoretisch: een studie van de RVA over de beperking van de inschakelingsuitkeringen heeft aangetoond dat een begrensde duur de uitstroom naar werk bevordert. Ook buitenlandse voorbeelden tonen dit effect aan.
Het is eveneens belangrijk te wijzen op de zorgwekkende budgettaire context waarmee ons land wordt geconfronteerd: de houdbaarheid van ons sociaal model vereist structurele hervormingen, waaronder die van de werkloosheid.
In dat kader moet de huidige hervorming worden gezien: het werkloosheidsstelsel tegelijk beschermender maken aan het begin van het traject, duidelijker, maar ook meer responsabiliserend, in overeenstemming met het regeerakkoord. De wet tot hervorming van de werkloosheid beoogt een traject van professionele re-integratie te bevorderen, langdurige precariteit te verminderen en de werkgelegenheidsgraad te verhogen tot 80 %. Zij moderniseert de werkloosheidsverzekering zodat deze een instrument wordt voor terugkeer naar werk, terwijl de solidariteit met de meest kwetsbare groepen behouden blijft.
Wat de kern van de petitie betreft – de mogelijkheid om een bacheloropleiding te volgen die leidt tot een knelpuntberoep – wil ik eraan herinneren dat de hervorming reeds in een gerichte en zeer substantiële uitzondering voorziet. Zo bepaalt de wet dat de werkzoekende die een opleiding volgt die leidt tot een beroep als verpleegkundige of zorgkundige zijn recht op uitkeringen behoudt gedurende de normale duur van de opleiding, met een maximum van vijf jaar.
Deze bepaling heeft precies betrekking op een bijzonder lange opleiding, namelijk die van verpleegkundige, het knelpuntberoep bij uitstek. Zij garandeert dat niemand zal worden gedwongen deze essentiële opleiding te onderbreken als gevolg van de algemene beperking van het recht op uitkeringen.
De indiener van de petitie vraagt evenwel om deze uitzondering uit te breiden tot alle bacheloropleidingen die leiden tot een knelpuntberoep. Ik begrijp deze vraag, die voortvloeit uit de wens om een brede en ambitieuze omscholing mogelijk te maken. Maar ik moet herinneren aan de fundamentele keuzes die aan de basis liggen van de hervorming.
Deze worden uitdrukkelijk verantwoord in de memorie van toelichting: de werkloosheidsverzekering wordt opnieuw geconcentreerd op haar kerntaak, namelijk het beschermen tegen onvrijwillig jobverlies, en niet op het financieren van algemene studietrajecten. Deze afschaffing gaat gepaard met een zeer aanzienlijke versoepeling van de toegangsvoorwaarden tot het recht, met een recht op uitkeringen dat al kan worden geopend na één jaar werk op drie jaar, ongeacht de leeftijd.
In dit evenwicht tussen solidariteit en responsabilisering wordt de uitzondering enkel voorzien voor opleidingen die leiden tot een beroep als verpleegkundige of zorgkundige. Deze keuze is gebaseerd op een grondige motivering.
De gezondheidszorgsector wordt geconfronteerd met een ernstige en structurele personeelskrapte, in het bijzonder bij verpleegkundigen (+25.000) en zorgkundigen. Deze schaarste vormt een directe bedreiging voor de continuïteit van de gezondheidszorg en dus voor het recht op gezondheid, zoals dat wordt gewaarborgd door de Grondwet en internationale verdragen. Het tekort is bovendien een internationaal fenomeen dat op korte termijn moeilijk op te lossen is en daarom specifieke stimuleringsmaatregelen vereist.
Volgens studies van de RVA blijken deze opleidingen bovendien zeer doeltreffend, en doeltreffender dan andere: een groot aantal werkzoekenden vindt op die manier duurzame tewerkstelling in de zorgsector. De opleiding tot verpleegkundige is bovendien uitzonderlijk lang (vier jaar), veel langer dan de gemiddelde duur van een opleiding tot een knelpuntberoep, die in 2024 slechts 9,4 maanden bedroeg.
Deze combinatie van factoren maakt dat het onderscheid – namelijk een langere periode van toegelaten werkloosheidsuitkeringen voor deze opleidingen – objectief gerechtvaardigd is en in overeenstemming is met de beginselen van gelijkheid en non-discriminatie.
De memorie van toelichting benadrukt dat uitzonderingen proportioneel moeten blijven in verhouding tot deze redenen van algemeen belang.
Het uitbreiden van deze uitzondering tot alle bacheloropleidingen zou dus het kader van de hervorming zoals die door de regering werd aangenomen en aan de Kamer werd voorgelegd, overschrijden. Dat zou neerkomen op het opnieuw invoeren van een ruime vrijstellingsregeling, die onverenigbaar is met de verzekeringslogica, met de activeringsdoelstellingen en met het globale evenwicht van de tekst.
Ik wil evenwel benadrukken dat de wil om zich te vormen, zich te heroriënteren en opnieuw een actieve plaats in de samenleving te vinden ten volle wordt gerespecteerd en aangemoedigd. De gewesten, die bevoegd zijn voor begeleiding en vrijstellingen, blijven essentiële partners om deze trajecten te ondersteunen, ook buiten het strikte kader van de werkloosheidsverzekering.
De hervorming, zoals ze vandaag is uitgewerkt, beschermt volledig de werkzoekenden die zich opleiden voor de meest kritische knelpuntberoepen. Ze laat niet toe deze bescherming uit te breiden tot alle bacheloropleidingen, maar ze behoudt wel een coherent en verantwoordelijk kader dat in overeenstemming is met de Europese en budgettaire verplichtingen, terwijl de sociale doelstellingen van de regering volledig behouden blijven.
Ik wil mijn antwoord aanvullen door de aandacht te vestigen op een essentieel element in het overgangsregime. De hervorming bepaalt immers dat werkzoekenden die zich vóór 1 januari 2026 inschrijven in een opleiding die leidt tot een knelpuntberoep – zoals erkend door hun gewest – onder het oude regime blijven vallen, namelijk het behoud van hun uitkeringen gedurende de volledige normale duur van de opleiding.
Deze bepaling beschermt onmiddellijk de personen die reeds een omscholing zijn begonnen. Zij creëert zo een ruime overgangsperiode die werkzoekenden in staat stelt hun traject veilig te stellen zonder de gevolgen te ondervinden van de nieuwe beperking in de tijd.
Dit overgangsmechanisme is bijzonder belangrijk voor technische, digitale, industriële of sociale beroepen waarvoor vandaag een tekort bestaat, ook wanneer deze niet rechtstreeks onder de welzijns- of zorgsector vallen. Het weerspiegelt de wil van de regering om niemand in de steek te laten en reeds gestarte omscholingstrajecten loyaal te begeleiden.
Ik wil afsluiten door mijn menselijk begrip uit te drukken voor de individuele situaties die achter deze petitie schuilgaan. Deze omscholingstrajecten zijn moedig en noodzakelijk. De regering zal blijven samenwerken met de deelstaten en de partners op de arbeidsmarkt om ervoor te zorgen dat deze trajecten mogelijk, realistisch en duurzaam ondersteund blijven.
Naast de technische aspecten lijkt het mij essentieel om ook de diepere betekenis van deze hervorming te benadrukken. Onze arbeidsmarkt wordt geconfronteerd met een onontkoombare realiteit: een werkgelegenheidsgraad die nog steeds te laag ligt in vergelijking met onze buurlanden, een te groot aandeel langdurige werkloosheid en een massale verschuiving naar andere passieve regelingen die de houdbaarheid van ons sociaal model onder druk zetten. We hebben de verantwoordelijkheid om meer te activeren, iedereen naar vermogen te responsabiliseren en werk opnieuw centraal te plaatsen in het sociaal pact, omdat werk de eerste bescherming tegen armoede blijft en de zekerste weg naar emancipatie is. Het gaat niet alleen om een keuze voor economische efficiëntie, maar ook om een keuze voor sociale rechtvaardigheid en maatschappelijke cohesie. Het verhogen van de werkgelegenheidsgraad is geen abstract doel: het betekent iedereen de kans geven om volwaardig deel te nemen aan de samenleving, terwijl tegelijk de duurzaamheid van onze sociale zekerheid voor toekomstige generaties wordt verzekerd.
Ik dank u.
David Clarinval
Vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Landbouw
Deel: