56_2024-2025/9 - Proposition d'abrogation immédiate de l'art. 3, §2, 9° de l'arrêté royal du 20 juillet 2001 relatif à l'immatriculation des véhicules
Pétitions
Änderungen an „56_2024-2025/9 - Proposition d'abrogation immédiate de l'art. 3, §2, 9° de l'arrêté royal du 20 juillet 2001 relatif à l'immatriculation des véhicules“
Beschreibung (Nederlands)
-<p>1. Voorgestelde wijziging: In het KB van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen, laatst gewijzigd bij de Wet van 6 juni 2023, wordt in artikel 3, §2, het punt 9° opgeheven. 2. Verantwoording: Ingevolge de massale toestroom in de Europese Unie van ontheemde personen die Oekraïne hebben moeten verlaten als gevolg van een gewapend conflict, heeft de Europese Raad via haar uitvoeringsbesluit 2022/382 van 4 maart 2022 de invoering van een tijdelijke beschermingsstatus voor deze personen geactiveerd. Onmiddellijk daarop volgend heeft de federale regering het KB van 29 juni 2022 tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen uitgevaardigd; via dit KB van 29 juni 2022 wordt in artikel 3, §2 van het KB van 20 juli 2001 een punt 9° ingevoerd luidend als volgt: “9° het voertuig ingeschreven in het land van herkomst dat gebruikt wordt door een natuurlijke persoon die tijdelijke bescherming geniet in uitvoering van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.” Uit de aanhef van dit wijzigings-KB blijkt dat de federale minister van Mobiliteit deze gunstmaatregel verleende op basis van het zeer tijdelijk karakter van dit tijdelijk beschermingsstatuut dat deze Oekraïners in België zouden genieten. De minister stelde hieromtrent: “De tijdelijke bescherming is initieel geldig voor 1 jaar. Hierna kan zij twee keer verlengd worden voor een periode van 6 maanden. Als de Europese Raad besluit dat tijdelijke bescherming nog steeds nodig is, kan zij een laatste verlenging van 1 jaar goedkeuren”. In die optiek poneerde de minister in deze aanhef bovendien expliciet dat de kosten voor onder meer dedouanering, mogelijke homologatie, alsook uiteindelijke inschrijving van hun voertuig in België voor deze Oekraïense vluchtelingen buitenproportioneel zouden oplopen, terwijl deze voertuigen volgens de minister: “mogelijk slechts één jaar of minder zullen worden aangewend in België”. Intussen blijken de hoger beschreven visie en beweegredenen van de federale minister van Mobiliteit volkomen achterhaald te zijn! Het gewapend conflict in Oekraïne sleept zich langzaam maar zeker richting aanvang 4de oorlogsjaar zonder dat er op dit ogenblik ook maar een einde van deze oorlog in zicht is. Ook de Europese Raad nam wat betreft het tijdelijk beschermingsstatuut intussen een drastisch gewijzigd standpunt in; de Raad acht zich voortaan bevoegd om dit statuut niet slechts eenmalig met 1 jaar te verlengen, maar wel om dit statuut onbeperkt voor telkens 1 jaar te verlengen. Dit vertaalde zich intussen in een recente beslissing van de Raad waarbij dit tijdelijk beschermingsstatuut al minstens tot 4 maart 2026(!!) wordt verlengd. (zie: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32024D1836 ) Dit alles betekent dat, zolang dit artikel 3,§2,9° van het KB van 20 juli 2001 onverminderd van kracht blijft, de voertuigen met Oekraïense kentekenplaat van in België verblijvende Oekraïners die hier tijdelijke bescherming genieten niet, zoals de federale minister van Mobiliteit poneerde, voor slechts één jaar of minder in België zullen aangewend worden, maar in België al minstens tijdens de periode van 29 juni 2022 tot 4 maart 2026 (= 3 jaar en 8 maanden(!)) kunnen rondrijden zonder dat de Oekraïense kentekenplaathouder hier ook maar enige BIV of jaarlijkse wegentaks moet betalen, onderworpen is aan ook maar enige mogelijke homologatieverplichting of periodieke keuring, en waarbij men zeer ernstige vragen kan stellen of deze voertuigen nog al dan niet geldig BA-verzekerd zijn. Het nog langer in stand houden van dergelijke ongelijke behandeling tussen enerzijds Belgen en niet-Belgen die wat betreft hun in België aangewende voertuigen onderworpen zijn aan de voor deze voertuigen geldende inschrijvingsplicht (en daaruit voortvloeiende verplichting tot betaling van BIV en periodieke verkeersbelasting, alsook naleving van de periodieke keuringsplicht), en anderzijds Oekraïense burgers onder tijdelijk beschermingsstatuut die wat betreft hun in België aangewende voertuigen met Oekraïense kentekenplaat op dit ogenblik (en voorlopig al zeker tot minstens 4 maart 2026(!)) vrijgesteld zijn van inschrijving (en daaruit voortvloeiende niet-betaling van BIV en periodieke verkeersbelasting, alsook ontsnappen aan de periodieke keuringsplicht), is dan ook niet langer gesteund op in rechte verdedigbaar objectief criterium en vormt dan ook een manifeste schending van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. In die optiek komt het dan ook gepast voor om artikel 3,§2,9° van het KB van 20 juli 2001 onmiddellijk op te heffen.</p>- +<p>1. Voorgestelde wijziging: </p><p>In het KB van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen, laatst gewijzigd bij de Wet van 6 juni 2023, wordt in artikel 3, §2, het punt 9° opgeheven. </p><p>2. Verantwoording: </p><p>Ingevolge de massale toestroom in de Europese Unie van ontheemde personen die Oekraïne hebben moeten verlaten als gevolg van een gewapend conflict, heeft de Europese Raad via haar uitvoeringsbesluit 2022/382 van 4 maart 2022 de invoering van een tijdelijke beschermingsstatus voor deze personen geactiveerd. </p><p>Onmiddellijk daarop volgend heeft de federale regering het KB van 29 juni 2022 tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen uitgevaardigd; via dit KB van 29 juni 2022 wordt in artikel 3, §2 van het KB van 20 juli 2001 een punt 9° ingevoerd luidend als volgt: </p><p><em>“9° het voertuig ingeschreven in het land van herkomst dat gebruikt wordt door een natuurlijke persoon die tijdelijke bescherming geniet in uitvoering van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.”</em> </p><p>Uit de aanhef van dit wijzigings-KB blijkt dat de federale minister van Mobiliteit deze gunstmaatregel verleende op basis van het zeer tijdelijk karakter van dit tijdelijk beschermingsstatuut dat deze Oekraïners in België zouden genieten. </p><p>De minister stelde hieromtrent: <em>“De tijdelijke bescherming is initieel geldig voor 1 jaar. Hierna kan zij twee keer verlengd worden voor een periode van 6 maanden. Als de Europese Raad besluit dat tijdelijke bescherming nog steeds nodig is, kan zij een laatste verlenging van 1 jaar goedkeuren”</em>. </p><p>In die optiek poneerde de minister in deze aanhef bovendien expliciet dat de kosten voor onder meer dedouanering, mogelijke homologatie, alsook uiteindelijke inschrijving van hun voertuig in België voor deze Oekraïense vluchtelingen buitenproportioneel zouden oplopen, terwijl deze voertuigen volgens de minister: <em><u>“mogelijk slechts één jaar of minder zullen worden aangewend in België”</u></em>. </p><p><u>Intussen blijken de hoger beschreven visie en beweegredenen van de federale minister van Mobiliteit volkomen achterhaald te zijn! </u></p><p>Het gewapend conflict in Oekraïne sleept zich langzaam maar zeker richting aanvang 4de oorlogsjaar zonder dat er op dit ogenblik ook maar een einde van deze oorlog in zicht is. Ook de Europese Raad nam wat betreft het tijdelijk beschermingsstatuut intussen een drastisch gewijzigd standpunt in; de Raad acht zich voortaan bevoegd om dit statuut niet slechts eenmalig met 1 jaar te verlengen, maar wel om dit statuut onbeperkt voor telkens 1 jaar te verlengen. Dit vertaalde zich intussen in een recente beslissing van de Raad waarbij dit tijdelijk beschermingsstatuut al minstens tot 4 maart 2026(!!) wordt verlengd. (zie: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32024D1836 ) </p><p>Dit alles betekent dat, zolang dit artikel 3,§2,9° van het KB van 20 juli 2001 onverminderd van kracht blijft, de voertuigen met Oekraïense kentekenplaat van in België verblijvende Oekraïners die hier tijdelijke bescherming genieten niet, zoals de federale minister van Mobiliteit poneerde, voor slechts één jaar of minder in België zullen aangewend worden, maar in België al minstens tijdens de periode van 29 juni 2022 tot 4 maart 2026 (= 3 jaar en 8 maanden(!)) kunnen rondrijden zonder dat de Oekraïense kentekenplaathouder hier ook maar enige BIV of jaarlijkse wegentaks moet betalen, onderworpen is aan ook maar enige mogelijke homologatieverplichting of periodieke keuring, en waarbij men zeer ernstige vragen kan stellen of deze voertuigen nog al dan niet geldig BA-verzekerd zijn. </p><p>Het nog langer in stand houden van dergelijke ongelijke behandeling tussen enerzijds Belgen en niet-Belgen die wat betreft hun in België aangewende voertuigen onderworpen zijn aan de voor deze voertuigen geldende inschrijvingsplicht (en daaruit voortvloeiende verplichting tot betaling van BIV en periodieke verkeersbelasting, alsook naleving van de periodieke keuringsplicht), en anderzijds Oekraïense burgers onder tijdelijk beschermingsstatuut die wat betreft hun in België aangewende voertuigen met Oekraïense kentekenplaat op dit ogenblik (en voorlopig al zeker tot minstens 4 maart 2026(!)) vrijgesteld zijn van inschrijving (en daaruit voortvloeiende niet-betaling van BIV en periodieke verkeersbelasting, alsook ontsnappen aan de periodieke keuringsplicht), <u>is dan ook niet langer gesteund op in rechte verdedigbaar objectief criterium en vormt dan ook een manifeste schending van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. In die optiek komt het dan ook gepast voor om artikel 3,§2,9° van het KB van 20 juli 2001 onmiddellijk op te heffen.</u></p>