SE_2024/11 - Wijziging van het decreet van 20/7/1831 betreffende de eed bij de inwerkingtreding van de constitutionele representatieve monarchie
Pétitions
U kan deze petitie niet steunen.
SE_2024/11 - Wijziging van het decreet van 20/7/1831 betreffende de eed bij de inwerkingtreding van de constitutionele representatieve monarchie
Aan de voorzitter van de Kamer,
Aan de leden van de federale regering,
Aan de volksvertegenwoordigers,
Wij, burgers van het Koninkrijk België, verzoeken om de wijziging van het decreet van 20 juli 1831 betreffende de eed bij de inwerkingtreding van de representatieve constitutionele monarchie, en meer bepaald van artikel 1 ervan.
Huidige tekst van Artikel 1:
De leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en van de Senaat zijn verplicht, voordat zij hun functies opnemen, in de Kamer de volgende eed af te leggen: "Ik zweer de Grondwet na te leven."
Gevraagde wijziging:
De leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en van de Senaat zijn verplicht, voordat zij hun functies opnemen, in de Kamer de volgende eed af te leggen: "Ik zweer de Grondwet na te leven" in hun moedertaal, gevolgd door de andere twee talen van het land. Deze procedure is verplicht.
Motivering van het verzoek:
Deze wijziging wordt verzocht naar aanleiding van de eedaflegging van een lid van Vlaams Belang, gevolgd door een separatistische toespraak. Deze daad is ONDULDBAAR in ons land. België is een verenigd land, en deze eenheid moet worden weerspiegeld in alle aspecten van onze instellingen, inclusief tijdens de eedafleggingen.
Toestaan dat de eed in alle officiële talen van het land wordt afgelegd, zal de nationale eenheid versterken en de inzet van de gekozenen tonen om deze eenheid te respecteren en te bevorderen.
We hopen dat dit verzoek in overweging wordt genomen en dat er snel maatregelen worden genomen om het decreet dienovereenkomstig te wijzigen.
Met respect,
Tristan Derycker
Dit initiatief is beantwoord:
Tijdens haar vergadering van 6 november 2024 heeft de commissie voor Verzoekschriften deze petitie overgezonden aan de commissie voor Grondwet en Institutionele Vernieuwing, aan de minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing en aan de vice-eersteminister en minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO’s en Landbouw, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing.
Antwoord van de minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing (03/12/2024):
Zoals u weet, bepalen het decreet van 20 juli 1831 betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie en de wet van 30 juli 1894 betreffende de eedaflegging in een der in het land gebezigde talen, dat de eed moet worden afgelegd in een van de in het land gebruikte talen. Het komt aan de wetgever toe om te beslissen over de eventuele aanpassing van deze bepaling. Het voormelde onderwerp zou dan ook het voorwerp kunnen uitmaken van de lopende onderhandelingen.
Antwoord van de vice-eersteminister en minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO’s en Landbouw, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing (02/01/2025):
De eedaflegging, zoals gedefinieerd door het decreet uit 1831, heeft een sterke symbolische waarde. Hij geeft uitdrukking aan het plechtige engagement van de verkozenen om de Grondwet na te leven, de basis van onze rechtsstaat en onze representatieve constitutionele monarchie. Het voorstel van de heer Derycker om de eed af te leggen in de drie officiële landstalen (moedertaal gevolgd door de twee andere officiële landstalen) getuigt van een prijzenswaardige intentie om de nationale eenheid te versterken via een uitdrukkelijke erkenning van onze linguïstische diversiteit.
Er moet evenwel worden benadrukt dat een verplichte eedaflegging in de drie landstalen geen garantie biedt op de afwezigheid van separatistische of polariserende toespraken. Deze toespraken, wanneer zij plaatsvinden, zijn meer het resultaat van individuele bedoelingen en politieke vrijheden, die niet direct te maken hebben met het linguïstisch kader van de eed. Integendeel, deze maatregel zou de terughoudendheid van sommige verkozenen kunnen versterken, vooral van diegenen die de principes van de nationale eenheid of de basis van het federale systeem nu al betwisten.
Deel: